Contant geld wisselen doe je door biljetten of munten van een bepaalde coupure om te ruilen voor andere coupures, of door buitenlandse valuta om te zetten naar euro’s (of andersom). De meest gebruikte manieren zijn via een bank, een wisselkantoor of een geldautomaat in het buitenland. Welke optie het best is, hangt af van wat je precies wisselt en waar je bent.
Groot naar klein: biljetten wisselen in Nederland
Heb je een biljet van 50 of 100 euro en wil je kleingeld? Dan kun je terecht bij je eigen bank of bij de Geldmaat. Geldmaat beheert de gele geldautomaten door heel Nederland en heeft een locatiewijzer op geldmaat.nl waarmee je snel de dichtstbijzijnde automaat vindt. Bij die automaten kun je niet alleen geld opnemen, maar ook contant geld storten. Wisselen in de strikte zin (biljet omruilen voor kleinere coupures) is via een automaat overigens niet altijd mogelijk; daarvoor ben je bij een bankkantoor beter af.
Supermarkten en tankstations wisselen soms wel kleingeld als je iets koopt, maar zijn daartoe niet verplicht. Een cassière die een biljet van 100 euro niet kan wisselen, heeft daar het volste recht toe. Reken er dus niet op als je dringend wisselgeld nodig hebt.
Buitenlandse valuta wisselen
Ga je op reis en wil je euro’s omwisselen naar een andere valuta (of andersom bij terugkomst)? Dan zijn dit je opties:
- Wisselkantoor: snel en zonder bankrekening, maar let op de kosten. Wisselkantoren verdienen aan de spread (het verschil tussen de aan- en verkoopkoers) en rekenen soms ook nog een vaste toeslag. Vergelijk de koers altijd met de officiële dagkoers van de Europese Centrale Bank (ecb.europa.eu) voordat je wisselt.
- Bank: vaak iets gunstiger dan een wisselkantoor op toeristische plekken, maar niet elke bank handelt in elke valuta. Vraag dit van tevoren na.
- Geldautomaat in het buitenland: handig en doorgaans een eerlijke koers, maar je betaalt vaak opnamekosten. Kies altijd voor afrekening in de lokale valuta (dus niet in euro’s) als de automaat dat vraagt. De zogenoemde Dynamic Currency Conversion (afrekenen in euro’s ter plekke) is bijna altijd duurder.
- Luchthaven- of hotelwissel: het makkelijkst, maar vrijwel altijd de duurste optie. Gebruik dit alleen als je echt geen andere keuze hebt.
Waar let je op bij contant geld wisselen?
De wisselkoers is het eerste dat je controleert. Een wisselkantoor dat “geen commissie” belooft, bouwt de winst gewoon in de koers zelf. Vergelijk altijd het eindbedrag dat je krijgt, niet alleen de koers of de commissie afzonderlijk. Reken het zelf uit met een rekenmachine of je telefoon.
Let ook op de minimumbedragen. Sommige banken wisselen buitenlandse valuta pas vanaf een bepaald bedrag, en sommige valuta (zoals exotische munten) zijn helemaal niet te wisselen in Nederland. Biljetten van landen buiten Europa zijn soms zelfs onwisselbaar als je eenmaal thuis bent. Wissel resterende buitenlandse biljetten dus liever nog in het land zelf.
Munten zijn bij terugkomst bijna nergens in te wisselen, ook niet bij banken. Buitenlandse munten die je overhoudt, zijn in de meeste gevallen onverkoopbaar. Neem ze dus niet meer mee dan nodig.
Vervallen of beschadigde biljetten wisselen
Heb je nog oude guldens of biljetten van een land dat inmiddels een andere valuta heeft? De Nederlandsche Bank (DNB) wisselt nog altijd bepaalde oude Nederlandse biljetten en munten in voor euro’s. Kijk op dnb.nl welke series nog geldig zijn en tot wanneer. Voor biljetten van andere landen moet je bij de centrale bank van dat land zijn; Nederland kan daar niets voor je doen.
Beschadigde eurobiljetten kun je inleveren bij De Nederlandsche Bank. Als meer dan de helft van het biljet herkenbaar aanwezig is, krijg je de waarde vergoed. Is het biljet zwaarder beschadigd, dan beslist DNB of je nog aanspraak maakt op vergoeding.
Wil je snel contant geld wisselen, kijk dan eerst of je doel is: kleinere coupures, een andere valuta of een oud biljet. Elk geval vraagt om een andere aanpak. Controleer altijd de koers vooraf en let op verborgen kosten, zo kom je nooit voor verrassingen te staan.

