Contant geld valt in box 3 en moet je opgeven aan de Belastingdienst, net als geld op een bankrekening. Het maakt daarbij niet uit of het geld in een kluis thuis ligt of in je portemonnee zit: de waarde telt mee als bezitting op de peildatum van 1 januari.
Hoe werkt contant geld in box 3?
In box 3 geef je je vermogen op: spaargeld, beleggingen, een tweede woning en dus ook contant geld. De Belastingdienst beschouwt contant geld als een bezitting met een vaste waarde. Je geeft de waarde op die je op 1 januari van het belastingjaar in bezit had. Had je op 1 januari 2025 bijvoorbeeld 3.000 euro cash in huis, dan tel je dat mee bij je totale vermogen in box 3.
Contant geld opgeven doe je in dezelfde categorie als overige vorderingen en banktegoeden. Er gelden geen aparte regels of vrijstellingen specifiek voor cash. Het telt gewoon mee bij het totale vermogen, waarover je boven het heffingsvrij vermogen belasting betaalt.
Heffingsvrij vermogen en de grens
Niet iedereen betaalt belasting over contant geld, omdat er een heffingsvrij vermogen geldt. In 2025 is dat (naar schatting rond 57.000 euro per persoon, 114.000 euro voor fiscale partners). Zit je totale vermogen, inclusief je cash, onder die grens? Dan betaal je geen box 3-belasting. Pas als je het heffingsvrij vermogen overschrijdt, telt het contante geld mee in de berekening.
Een concreet voorbeeld: stel je hebt 50.000 euro op de bank en 5.000 euro cash in huis. Je totale vermogen is dan 55.000 euro. Als dat onder het heffingsvrij vermogen blijft, betaal je geen belasting. Heb je diezelfde 5.000 euro cash bovenop een vermogen van al 60.000 euro, dan maakt die cash het verschil en telt het mee bij het belastbaar bedrag.
Wat je niet hoeft op te geven
Er zijn situaties waarbij bepaalde vorderingen niet in box 3 hoeven. Zo hoef je een niet-opeisbare vordering op de langstlevende ouder (in het kader van een nalatenschap) niet op te geven. Dit is een specifieke uitzondering en geldt niet voor gewoon contant geld dat je zelf in bezit hebt.
Gewone contanten, of dat nu thuis in een envelop is, in een kluis of in je portemonnee, vallen hier dus niet onder. Die blijven gewoon onderdeel van je box 3-vermogen.
Hoe geef je contant geld op in de aangifte?
In de aangifte inkomstenbelasting vul je contant geld in onder de categorie “overige bezittingen” of “contant geld”. Je vult de waarde in zoals die op 1 januari gold. Je hoeft geen bewijsstukken mee te sturen, maar het is verstandig om dit bij te houden, zeker als het om grotere bedragen gaat. De Belastingdienst kan achteraf om onderbouwing vragen.
- Noteer op 1 januari het bedrag aan contant geld dat je hebt.
- Tel dit op bij je overige bezittingen in box 3.
- Vul het totale bedrag in bij de aangifte onder de juiste categorie.
- Bewaar eventueel een eigen notitie of administratie als onderbouwing.
Waarom grote bedragen cash risico’s meebrengen
Naast de belastingplicht is het goed om te weten dat het aanhouden van grote hoeveelheden contant geld ook praktische risico’s heeft. Je loopt het risico op diefstal of brand, en een gewone inboedelverzekering vergoedt contant geld doorgaans maar tot een beperkt bedrag (vaak tot een paar honderd euro, afhankelijk van de polis). Check dit bij je verzekeraar als je regelmatig meer cash in huis hebt.
Kortom: contant geld in box 3 werkt precies hetzelfde als spaargeld op een rekening. Je telt het mee op peildatum 1 januari en geeft het op in je aangifte. Zit je onder het heffingsvrij vermogen, dan heeft het geen belastinggevolgen. Zit je erboven, dan telt elke euro cash gewoon mee.

