De meldingsplicht contant geld houdt in dat bepaalde ondernemers en instellingen verplicht zijn om grote contante transacties te melden bij de autoriteiten. In Nederland geldt voor veel sectoren een verbod op contante betalingen van €3.000 of meer, en wie dat bedrag toch contant ontvangt, moet dit in veel gevallen melden bij de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland). De regels vloeien voort uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, beter bekend als de Wwft.
Contant geld is vatbaar voor misbruik in witwasconstructies, omdat het moeilijker te traceren is dan giraal geld. De overheid wil dit aanpakken door transparantie te verplichten bij grote contante betalingen. Hieronder lees je precies wanneer de meldingsplicht geldt, wie eronder valt en hoe de melding in de praktijk werkt.
Het verbod op contante betalingen vanaf €3.000
Handelaren in goederen mogen in Nederland geen contante betalingen accepteren van €3.000 of meer. Dit geldt voor het volledige bedrag van een transactie, ook als een klant het in delen betaalt om onder de grens te blijven. Die gespreide betalingen tellen bij elkaar op als het duidelijk om dezelfde aankoop gaat.
Door dit verbod vervalt voor veel handelaren de aparte meldplicht voor contante transacties. Als je als ondernemer simpelweg geen contant geld van €3.000 of meer aanneemt, is er ook niets te melden. Het verbod is daarmee tegelijk een verplichting én een bescherming: je neemt het geld niet aan, dus je raakt het probleem van de melding niet.
Gaat het om goederen of diensten waarbij het verbod niet van toepassing is, of om sectoren die buiten de handelarencategorie vallen? Dan kan de meldingsplicht alsnog gelden voor contante transacties boven een bepaalde drempel.
Wie valt onder de meldingsplicht contant geld?
Niet iedereen hoeft contante transacties te melden. De Wwft bepaalt welke instellingen en beroepsgroepen een meldingsplicht hebben. Dat zijn onder andere:
- Banken en andere financiële instellingen
- Wisselinstellingen en geldtransactiekantoren
- Notarissen, advocaten en accountants (in bepaalde situaties)
- Makelaars bij de aan- of verkoop van onroerend goed
- Casino’s en speelgelegenheden
- Handelaren in goederen met een hoge waarde, zoals auto’s, kunst, juwelen en edelmetalen
Voor al deze partijen geldt dat zij alert moeten zijn op ongebruikelijke transacties. Een contante betaling van een groot bedrag is zo’n signaal. De precieze drempels kunnen per sector verschillen, maar de algemene lijn is dat elke contante transactie van €10.000 of meer bij financiële instellingen als ongebruikelijk wordt beschouwd en gemeld moet worden.
Wat moet je precies melden, en bij wie?
Meldingen gaan naar de FIU-Nederland, de Nederlandse autoriteit die ongebruikelijke transacties registreert en analyseert. Je meldt een transactie als die ongebruikelijk is, en contant geld boven de drempelwaarde valt daar automatisch onder. Het melden is geen aangifte van een misdrijf; het is een signaal aan de autoriteiten dat zij zelf verder onderzoek kunnen doen.
Bij de melding geef je de volgende gegevens door:
- De identiteit van de klant of tegenpartij
- Het bedrag en de valuta van de transactie
- De datum en aard van de transactie
- De reden waarom je de transactie als ongebruikelijk beschouwt
Je bent als meldingsplichtige instelling verplicht om de klant te identificeren voordat je de transactie uitvoert. Dat betekent een geldig identiteitsbewijs controleren en de gegevens vastleggen. Doe je dit niet, dan riskeer je een boete van de toezichthouder.
Drempelwaarden per sector op een rij
De grens waarboven je moet melden verschilt per type instelling. Een overzicht van de meest voorkomende drempels:
| Sector | Drempel voor melding |
|---|---|
| Handelaren in goederen (verbod) | €3.000 (verbod op ontvangst) |
| Financiële instellingen, banken | €10.000 of meer |
| Casino’s | €10.000 of meer (in- of uitbetaling) |
| Geldwisselaars | €10.000 of meer |
| Notarissen, makelaars (bepaalde transacties) | Ongeacht bedrag bij vermoedens van witwassen |
Let op: naast de vaste drempels bestaat er ook een subjectieve meldingsplicht. Als je een transactie verdacht vindt, ook al blijft het bedrag onder de drempel, ben je verplicht om dat toch te melden. Een klant die een grote hoeveelheid kleine coupures aanbiedt, of iemand die aarzelt bij vragen over de herkomst van het geld, kan ook aanleiding geven tot een melding.
Wat zijn de gevolgen als je niet meldt?
Wie de meldingsplicht negeert, riskeert een bestuurlijke boete. De hoogte daarvan hangt af van de overtreding en de sector, maar kan flink oplopen. De toezichthouders, zoals De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM), controleren of instellingen de Wwft naleven. Bij ernstige overtredingen is strafrechtelijke vervolging ook mogelijk.
Daar komt nog iets bij: als je wél meldt, ben je als meldingsplichtige instelling beschermd tegen aansprakelijkheid. Je kunt dus niet worden aangesproken door de klant voor het feit dat je de transactie hebt gemeld, zolang je te goeder trouw handelde. Dat is een goede reden om bij twijfel wél te melden in plaats van te wachten.
Wil je als ondernemer weten of jouw bedrijf precies onder de Wwft valt, dan geeft de Belastingdienst en de FIU-Nederland daar op hun websites duidelijkheid over. Twijfel je in een concrete situatie, dan is juridisch advies aan te raden. De regels zijn strikt, maar ze gelden voor iedereen die ermee te maken krijgt op dezelfde manier.

