Als zelfstandige loopt alles snel door elkaar. De omzet komt binnen op één rekening, de laptop is zakelijk, de auto half privé. Zolang het goed gaat, valt dat nauwelijks op. Maar zodra je wilt lenen, privé of zakelijk, wordt die vermenging ineens een probleem.
Je bent je eigen werkgever
Een werknemer heeft een loonstrook en een werkgeversverklaring. Als ondernemer heb je dat niet. Een geldverstrekker kijkt daarom naar je jaarcijfers om te bepalen wat je verdient. Een geldverstrekker beoordeelt je ondernemersinkomen aan de hand van je financiële gegevens, vaak over meerdere jaren. Daarbij kunnen ook zakelijke verplichtingen, zoals leasecontracten en bedrijfskredieten, meewegen bij de beoordeling van je privéleencapaciteit.
Waarom vermenging je parten speelt
Bij een eenmanszaak of vof ben je met je privévermogen aansprakelijk voor de schulden van je bedrijf. Juridisch is er dus maar één pot. Toch is het verstandig om ze in je administratie strikt te scheiden. Met een aparte zakelijke rekening en heldere boekhouding laat je zien welk deel van je inkomsten structureel is, en voorkom je dat een privé-uitgave je bedrijfscijfers vertroebelt.
Privé lenen als ondernemer
Wil je iets voor jezelf financieren, zoals een verbouwing of een auto, dan is een zakelijke lening daar niet voor bedoeld. Je leent dan privé, maar wordt wel beoordeeld op je ondernemerscijfers. Lever je jaarcijfers op tijd aan en zorg dat ze een realistisch beeld geven. Een jaar met een eenmalige grote opdracht of juist een flinke investering kan het beeld vertekenen. Leg dat dan uit, zodat de beoordelaar ziet wat structureel is en wat niet.
Een privélening voor ondernemers is precies daarvoor bedoeld. Je gebruikt het geld voor privédoelen en de bank vraagt geen onderpand. Wel lever je jaarcijfers en een KvK-uittreksel aan. Daarnaast kijkt de geldverstrekker in het BKR welke leningen je al hebt en hoe je die terugbetaalt.
Wat telt mee in de beoordeling
Naast je inkomen kijkt een kredietverstrekker naar je woonlasten, je woonsituatie en leningen die je al hebt. Een lening wordt geregistreerd bij het BKR, en dat ziet een volgende geldverstrekker terug. Wie later een hypotheek of zakelijk krediet wil, doet er dus goed aan om niet meer te lenen dan nodig. Andersom geldt hetzelfde. Een groot zakelijk krediet dat op je naam staat, kan je privé leenruimte beperken. Bekijk een nieuwe verplichting daarom altijd vanuit allebei de kanten: wat doet het met je bedrijf, en wat doet het met je huishouden.
Kies je voor een persoonlijke lening, dan liggen rente, looptijd en maandbedrag vooraf vast. Dat maakt het makkelijk om de maandlast in je privébegroting op te nemen.
Leen je voor je eigen woning, dan is de rente niet zomaar aftrekbaar. Daarvoor gelden fiscale voorwaarden. Zo moet je het geld besteden aan de aankoop, verbouwing of het onderhoud van je eigen woning, en gelden er eisen voor de aflossing, zoals binnen dertig jaar annuïtair of lineair aflossen. Bij de Belastingdienst lees je wanneer rente op een lening voor de eigen woning aftrekbaar is.
Zo houd je het overzicht
Maak twee lijstjes: één met zakelijke verplichtingen en één met privéverplichtingen. Zet bij elke post het maandbedrag, de looptijd en de einddatum. Reken vervolgens uit wat je privé moet opnemen om je vaste lasten te betalen, en vergelijk dat met wat je onderneming in een mager jaar opbrengt. Blijft er dan nog ruimte over, dan sta je sterk. Zet ook geld apart voor de belasting. De inkomstenbelasting over je winst komt vaak pas later, en wie die vergeet, ziet zijn privébuffer in één aanslag verdwijnen.
Heb je een inkomen dat per maand flink kan schommelen, dan heeft het Nibud een stappenplan om grip te krijgen op wisselende inkomsten. Daarmee bepaal je hoeveel je per maand veilig kunt uitgeven.

